Twee levens

kaft heilige liefdeDit digitale boek is een persoonlijk verhaal in versvorm over een goede vriend van mij, die zichzelf weleens vergeleek met Job (uit de Bijbel).

Job was een rechtschapen en vermogend man, die door de duivel op de proef werd gesteld en huis en haard verloor. In het boek Job wordt in dichtvorm beschreven hoe hij deze lijdensweg ervaart en hoe zijn vrienden met hem omgaan.

Ben (pseudoniem) was een warme persoonlijkheid die in zijn leven veel had bereikt, maar door een faillissement alles kwijtraakte. Hij besloot in te treden in een abdij, maar nam zichzelf mee. Hij was en bleef een zakenman en ontwikkelde grootse plannen voor de abdij. Die werden echter niet door iedereen in dank aanvaard, hetgeen voor de nodige problemen zorgde. Ook zijn lichaam liet hem in de steek.

Elk hoofdstuk begint met een korte samenvatting uit het boek Job, gevolgd door het verhaal van Ben en de gesprekken met zijn vriendinnen, die hem steeds op andere gedachten proberen te brengen. Net als Job ziet hij op het einde pas in hoe hij geleefd heeft en geeft hij zich over aan God.

Klik hier om dit traktaat in pdf te downloaden.

Achtergrondinformatie

In de jaren voor en na de eeuwwisseling was ik regelmatig te vinden in een abdij bij mij in de buurt. Ik werd vrijwilligster in de boekwinkel en mocht een van de spreekkamers gebruiken om in alle rust te kunnen schrijven. Het meezingen en bidden tijdens de gebedstijden was een weldaad voor mij. Het aantal broeders slonk echter met de jaren en maar heel zelden verscheen er een nieuwe (aankomende) broeder op het toneel. Een van hen was Ben. Hij was de vijftig al gepasseerd, had een scheiding achter de rug en wilde zijn verdere leven aan God wijden. 

Tot mijn verbazing had de abt hem, kort tijd na zijn intreden, de leiding over de renovatie werken van de abdij gekregen. Hij toonde zich een echte zakenman. Al gauw liet hij zijn oog op mij vallen om te helpen bij het organiseren van activiteiten en het schrijven van nieuwe beleidsstukken. Hij had grootse plannen. De abdij moest een plek worden waar de weinige broeders die er nu nog waren, moesten kunnen blijven wonen en werken. Daarbij zouden ze steun gaan krijgen van leken om de abdij draaiende te houden met nieuwe activiteiten. Het geheel zou een onafhankelijke stichting worden, los van de moederabdij.

Ik mocht Ben graag en dat was wederzijds. Bij mij liet hij ook zijn kwetsbaarheid zien. Ik sloot hem in mijn hart, niet beseffend dat ik er niet meer van los zou komen. Ik werd meegezogen in zijn plannen en in zijn leven, met alle gevolgen van dien.

Ben was een aimabele man. Hij was slim, hoog gevoelig en hij dacht in het groot. Als hij ergens binnenkwam, zag hij meteen wat er allemaal speelde en wat er allemaal mogelijk was. Hij wist altijd de juiste mensen te vinden om zijn plannen ten uitvoer te brengen. Zijn denken stond nooit stil, hetgeen hem menige slapeloze nacht bezorgde. Hij deed alles voor het behoud van de abdij en de broeders die er woonden en was er absoluut van overtuigd dat hij het goede deed. Zelfs tijdens en na een zware operatie in het ziekenhuis werkte hij door. Totdat er tegenwind kwam van de moederabdij. 

Dat maakte Ben boos. De renovatie werken waren al volop bezig en hij wilde doorgaan. Waarschijnlijk voelde hij al dat hij problemen zou kunnen krijgen, dus stapte hij naar een advocaat waar hij tevens zichzelf goed indekte. 

Bij alles nam hij mij in vertrouwen, zowel in de succesvolle zaken als in de tegenwerking die hij kreeg. Ook trof ik regelmatig een man aan die veel (oud) verdriet had. Het werd me steeds duidelijker dat hij waarschijnlijk een bipolaire stoornis had. Hij was ‘von Himmelhoch jauzend, bis zum Tode betrubt.’ Regelmatig zei hij tegen mij dat hij zich net als Job (naar het gelijknamige boek uit de Bijbel) voelde. Job had een rijk leven, verloor op een gegeven moment alles, werd door zijn vrienden bijgestaan, maar uiteindelijk verguisd. Ja, zo was het in zijn leven ook gegaan, zei hij.

Ook nu ging het helemaal mis. Hoe meer hij alles naar zijn hand wilde zetten, hoe meer mensen zich tegen hem keerden. Er was geen houden meer aan. Totdat er van hogerhand werd ingegrepen. Alles werd hem ontnomen en hij belandde, zoals eerder in zijn leven, op de psychiatrische afdeling van het ziekenhuis. De nodige rechtsprocedures volgden.

Uiteindelijk trok Ben zich terug om alleen en in stilte te leven. Hij wist dat elke prikkel van buiten teveel voor hem zou zijn en elke actie hem opnieuw in problematische situaties zou brengen. Iets wat ik heel goed kon invoelen, omdat ook ik soms overactief kan zijn door de vele prikkels die op me afkomen. De rust van een teruggetrokken leven was hem slechts een paar jaar gegund.

Na zijn overlijden ben ik het boek Job nog eens goed gaan lezen en werd getroffen door de vele overeenkomsten met Ben. Dat bracht mij ertoe dit boek te schrijven als postuum eerbetoon aan de man die mij zo diep heeft geraakt. Zijn veelzijdigheid, zijn creativiteit, zijn sociale bewogenheid, zijn overactiviteit, zijn diepe verdriet, kortom: zijn hele wezen is bejubeld en verguisd, alleen God heeft hem niet verlaten.

Francien van de Beek, 2021