Dag lief zusje

In korte dagboekfragmenten beschrijft Francien de laatste vier jaar van het leven van haar zus Wilma, die op 58-jarige leeftijd de ziekte van Alzheimer kreeg. Zij wilde niet als een kasplantje tot het einde doorgaan en koos op 63-jarige leeftijd voor euthanasie
In eerste instantie lijkt ‘Dag lief zusje’ over het wegglijden van de geestelijke grip op het leven te gaan. Gelijktijdig klinkt er een ander verhaal door, over de rijkdom en de mooie kanten van het leven. Langzaam verdwijnen veel van de vaardigheden die we zo vanzelfsprekend vinden, zoals lezen, boodschappen doen of in de trein stappen. Wat overblijft is de menselijke verbinding. Waar de feitelijke herinneringen steeds meer vergeten worden, wordt de impact van ons zielsbewustzijn groter en rest ons enkel liefde. Francien besteedde een belangrijk deel van haar leven aan het bestuderen van de vraag wat de grote spirituele wijsheid tradities hebben gezegd over dat bewustzijn. Haar kennis over deze wijsheid tradities, tezamen met het inzicht in het proces dat haar zus meemaakte op weg naar haar bestemming, geeft dit boek een bijzondere diepgang. ‘Dag lief zusje’ is geschreven om ons te helpen op een andere manier naar ziek zijn en onze menselijke bestemming te kijken.

Uitgegeven door Uitgeverij Van Warven, Kampen, 2018.
Aantal pagina’s 150. ISBN 978-94-924-2159-3.
Geïllustreerd met tekeningen en schilderijen van Wilma van de Beek.
Prijs €14,95.

Reacties ‘Dag lief zusje’

Een paar van de meest dierbare mensen in mijn omgeving hebben alzheimer. Als er dan een boek over dementie/ alzheimer verschijnt, bekijk je het als familie of vriend eerst met een lichte scepsis. Want: corresponderen de woordjes in zo'n boek wel met je eigen belevingswereld? Dus zo keek ik als uitgever ook naar het manuscript van dit boek van Francien Van de Beek. Zullen mensen zich in dit boek gaan herkennen?

Ben er mee aan het werk gegaan. Dat zegt genoeg. Zo'n herkenbaar verhaal. Vele ah-momentjes. Er zit ook een spirituele dimensie van het ziekteproces in. Dat maakt het boek van Francien zo waardevol.

En net... een half uurtje geleden, het eerste exemplaar uit de doos gehaald. Wow, wat mooi. Wat ben ik trots op dit boek en op jou, Francien, voor de enorm integere manier waarop je het verhaal verteld hebt over de ziekte en het sterven van je zus, Wilma... Waar ik ook naar gekeken heb of de afbeeldingen van de schilderijen van Wilma goed uit de verf komen. Erg mooi...

Rinus van Warven, uitgever.

Achtergrondinformatie

In dit boek beschrijf ik in korte fragmenten de laatste vier jaar van het leven van mijn zus Wilma. Ik begin bij het moment dat voor ons, haar broers, zussen en zoon Ruben, duidelijk werd dat er iets mis was met haar geheugen en het woord alzheimer klonk en eindig bij het definitieve afscheid van haar leven.

Wilma was de jongste uit een liefdevol gezin van zeven kinderen, Guus, Nel, Miek, Ans, Harry, Francien en Wilma. Zij groeide op in Maastricht. Na de middelbare school studeerde zij aan de Kunstacademie, waar ze haar MO-A Handvaardigheid behaalde. Omdat ze niet voor de klas durfde te staan, gooide ze het roer om en ging naar de Bibliotheekacademie in Sittard. Die combinatie zorgde op een gegeven moment voor haar droombaan als bibliothecaris in het Stedelijk museum in Amsterdam. Helaas was ze veel ziek en na vier jaar stopte ze daar met haar werk. Ze verhuisde naar Valkenswaard, waar ze samen met mij een natuurvoedingswinkel opende. Toen die niet meer levensvatbaar was, vond ze een administratieve baan, maar kwam na een ziekteperiode terecht in de WAO. Haar kennis vanuit de kunst- en bibliotheekopleiding zette ze vervolgens in als vrijwilligster bij de Bibliotheek en het Steendrukmuseum in Valkenswaard. 

Wilma was erg op zichzelf en liefst alleen thuis. Ze verslond hele boekenkasten en volgde diverse cursussen op het gebied van persoonlijke ontwikkeling, vaak in combinatie met een kunstzinnige opleiding. Ze draaide haar hand niet om voor technische klusjes in huis, ook bij mij. Ze was een duizendpoot. Met haar relaties ging het niet altijd even goed, maar ze had wel een kinderwens en was dan ook erg blij met de komst van Ruben.

Toen de ziekte van Alzheimer haar trof, was Ruben de deur uit en woonde ze weer alleen. Dat betekende voor ons de nodige zorg en organisatie. Aangezien ik het meeste met haar optrok en in de buurt woonde, kwam het leeuwendeel van de mantelzorg op mij neer. De eerste jaren vond ik dat niet gemakkelijk, omdat het mijn eigen leven nogal overhoopgooide, maar naarmate er meer zorg nodig was, gaf ik mij eraan over en de laatste maanden ging het gewoon vanzelf.

Ruben en zus Ans waren vanaf het begin mijn steun en toeverlaat. Zij bekommerden zich veelal om praktische zaken, zodat ik mij met het wel en wee van Wilma thuis kon bezighouden. Daarin werden we op een geweldige manier ondersteund door de mensen van de thuiszorg. Aanvankelijk leek een zorgboerderij een brug te ver, maar uiteindelijk vond ze zelf een plek in Vessem, waar een jong echtpaar met kinderen woonde en waar ze met veel plezier naartoe ging. Ze genoot vooral van de lange wandelingen met hun honden.

Toen het alleen thuis wonen steeds moeilijker werd, maakten wij een gezamenlijke agenda en reden (schoon)broers en (schoon)zussen, soms van ver, naar haar toe om een dag bij haar te zijn. Ook de ‘biepvriendinnen’, waar ze vroeger mee op de Bibliotheekacademie had gezeten, namen haar af en toe een dagje mee op stap. En niet in het minst waren er Leo en Maria, de buren, waar ze dag en nacht terecht kon en die haar knuffelden en geruststelden als het weer eens misging.

Al vrij snel liet Wilma ons zeer overtuigend weten dat zij niet tot het einde door wilde gaan om als kasplantje te eindigen. Dat was niet voor iedereen gemakkelijk en natuurlijk deden wij pogingen om haar zolang mogelijk bij ons te houden. Samen hebben we gezocht naar een passend zorgcentrum waar ze naartoe zou kunnen gaan. Eigenlijk ging ze om onzentwil mee kijken, maar uiteindelijk bleek het voor haar geen optie. Haar euthanasiewens was onomkeerbaar.

We hadden het geluk dat Wilma een huisarts had die ons hier volledig in steunde. Naar haar zeggen is bij volle verstand kiezen voor je eigen dood een van de moeilijkste dingen in het leven en dat hebben we gemerkt. Wilma vond het niet eenvoudig om het juiste moment te bepalen en de datum veranderde nogal eens. Als familie hebben we haar hierin onvoorwaardelijk gevolgd en gesteund, hetgeen, zeker in het begin, voor de een moeilijker was dan voor de ander.

Het meest bijzondere aan dit hele proces is misschien wel de band die tussen de broers en zussen onderling en met Ruben ontstond. De aandacht die zij vroeger als jongste in ons gezin gemist had, omdat ze in haar eentje bij onze ouders achterbleef toen wij allemaal de deur uit waren, kreeg zij nu ten volle van haar broers en zussen terug. Dat had ze nooit durven hopen! En Ruben, als enig kind van Wilma, bouwde een stevige band op met zijn ooms en tantes. We leerden haar, en ook elkaar, beter kennen, omdat we heel open met de situatie omgingen. We hebben gehuild, maar ook veel gelachen. En het klinkt misschien vreemd, maar we hebben ook genoten van de laatste jaren met ons lieve zusje.

Ziekte, pijn en verdriet horen bij het leven, daar kunnen we niet omheen, maar het kan ook hele mooie dingen brengen. Dat hoop ik de lezer met dit boek mee te kunnen geven.

Wilma overleed 14 november 2016. Ze werd 63 jaar.