Spandoek - Getuigenissen van gehuwde priesters

In 2001 nam het GOP (Stichting voor Gehuwd en Ongehuwd Priesterschap) het initiatief om in de oorverdovende stilte rondom de vernieuwing van het priesterambt de leden hun stem te laten verheffen door hun verhaal op te schrijven en uit te spannen als een spandoek.

N.a.v. mijn boek Zwaarden Prinses werd mij gevraagd mee zitting te nemen in de redactie van dit boek en aan het einde een reflectie te schrijven op al deze verhalen. Het werd een intensief en inspirerend jaar met de vier mannelijke redactieleden, die langzaam maar zeker mijn vrouwelijke inbreng konden waarderen.

Alle verhalen laten niet alleen zien hoe de kerkleiding in de jaren na het Tweede Vaticaans Concilie (1962-1965) de vernieuwingsgezinde priesters massaal buiten de lijnen werkte, maar ook, wat nog onthutsender is, hoe zij zich nu met haar seksevijandig beleid buiten de religieuze werkelijkheid van de gelovigen plaatst. Zo ontstond een bundeling van 22 getuigenissen en twee reflecties op al deze verhalen.

2002. Een uitgave van Ton van den Ende pdv.
279 pagina’s. Prijs €12,50.
ISBN: 90-806709-2-8

Dit boek is helaas uitverkocht, maar mogelijk nog te leen in bibliotheken.

Fragmenten

Een greep uit de spandoeken:

“Het adagium: ‘Zelden alleen, nooit met zijn tweeën, altijd gedrieën’ moest ons, seminaristen, behoeden voor gevoelens van ‘tweezaamheid’. Toen ik de draagwijdte van tweezaamheid ging beseffen, was ik al ver onderweg naar het priesterschap.”

“Het verlies van mijn priesterlijke functie drukte zwaar op me, maar mijn levensdoel bleef Afrikanen een gevoel van eigenwaarde geven door ze bewust te maken van hun schitterende cultuur.”

“Daar waar geen ambtsdragers zijn, zo was mijn ontdekking binnen de basisgemeente, wordt het ambt vernieuwd doordat blijkt dat iedereen het kan dragen.”

“Toen brak de ruit om mij heen. Dat is bij velen van de in seminaries opgegroeide priesters nooit gebeurd. Vanachter die ruit ziet de vrouwenwereld er werkelijk heel bizar uit.”

“Vroeg in de ochtend ben ik uitgevaren bij strakke hemel, zomer tegemoet. Waarom ik wegging wist ik te verklaren en wat me wachtte had ik vaag vermoed.”

“Het bleef knagen: alleen, ongetrouwd door het leven te moeten gaan. Ik voelde me als een jonge boom die met geweld een andere kant werd opgebogen dan waar hij van nature heen wilde.”

“Sinds vorig jaar heb ik besloten om, wanneer ik gevraagd word vóór te gaan, dat de vorm te geven van een eucharistieviering.”

“Het moment dat de kerk ook door vrouwen gedragen wordt, zal een zegen zijn: maar vergeet de kinderen niet, zij zorgen voor de broodnodige lichtheid in het bestaan die onze oudemannenkerk zo deerlijk mist.”

“Het samenstellen van teksten en leiden van uitvaarten blijkt mijn vrouw op de huid geschreven te zijn. Zij is door al haar werk misschien wel méér priester dan ik ooit geweest ben.”

“Zij vertelden bisschop Bekkers over hun liefde en hun wil het priesterschap samen voort te zetten. Bij het afscheid zei hij: ‘Kniel hier maar eens neer, want jullie zullen samen door een storm heen moeten’.”

“Toen ik afscheid nam van de congregatie zei een medebroeder: ‘Frans, jij kunt gaan, want je hebt een diploma; ik het niks.’ Triest, maar het was voor hem wel de realiteit.”

“Ik wilde priester blijven; dat zat in mijn beenmerg. Ik was niet uitgetreden, maar toegetreden tot de wereld; niet afvallig, maar uiterst trouw aan mezelf en mijn roeping.”

“Pas als we ál onze gevoelens en verlangens bij het leven laten horen, kunnen we ‘heel’ worden; en is ‘heel’ niet nauw verwant met ‘heilig’?”

“Het verplichte celibaat verwijst uiteindelijk naar een dualistische en dus ongezonde levensopvatting.”

Achtergrondinformatie

Kort na het verschijnen van mijn boek Zwaarden Prinses werd ik gevraagd om zitting te nemen in de redactie van het boek Spandoek om de verhalen van de uitgetreden priesters te lezen en te redigeren. Het werd een intensief en indrukwekkend jaar, waarin vele verhalen de revue passeerden. Pijnlijke verhalen, moedige verhalen, verdrietige verhalen, maar ondanks alles krachtige verhalen van mannen die in hun hart altijd priester zijn gebleven en geprobeerd hebben in die geest verder te leven. Mijn tegengeluid als enige vrouw in de redactie, die ook de andere kant van de medaille kon belichten, was zowel confronterend als bevrijdend voor ons allemaal. Achterin het boek schrijf ik vanuit mijn visie en ervaringen een van de twee reflecties op al deze verhalen. Het boek is een waar tijdsdocument geworden.